Variatie

In iedere tuin is ruimte voor variatie, ook al heb je een kleine tuin

In iedere tuin is ruimte voor variatie. Variatie maakt gezond, sterk en is interessant voor mens en
dier. Denk daarbij aan het beperken van bestrating (max 40%), het combineren van de bestaande beplanting met inheemse planten, het bieden van nestgelegenheid aan dieren en het creëren van verschillende leefgebieden (biotopen) zoals hoog-laag, nat-droog, schaduw-zon waardoor de tuin aantrekkelijk wordt voor veel verschillende planten, dieren en mensen.

Waarom inheemse planten in de tuin?

Steeds meer mensen zijn bereid hun tuinen natuurlijker in te richten. Inheemse planten, hagen, struiken en bomen zijn een belangrijk stap bij het aanleggen van een natuurlijke tuin. Ze zijn immers de voedselbron voor onder andere vlinders, wilde bijen, kevers, slakken, vogels en zoogdieren.
Inheems betekent dat een soort van nature in het gebied voorkomt. Dat wil zeggen spontaan en zonder menselijke invloed. Planten en insecten hebben zich aan elkaar aangepast, zodat ze beiden (soms via een omweg) voordeel van elkaar hebben. Dat betekent voor veel soorten, zowel planten als insecten, ook dat ze afhankelijk van elkaar zijn geworden. Als
een plantensoort verdwijnt dan kan daardoor ook een insectensoort verdwijnen.

Gecultiveerde tuinplanten bloeien lang, hebben grote bloemen, ze weerstaan allerlei ziektes met gemak, ze blijven netjes op hun plek staan en gaan niet woekeren door je tuin. Kies je voor gecultiveerde tuinplanten, plant dan enkelvoudige bloemen deze zijn insectenvriendelijk. Uit enkelvoudige bloemen kunnen insecten nectar en stuifmeel halen.

Maak een bloeiboog

Voor insecten zoals solitaire bijen, hommels, vlinders en andere bestuivers is het van belang dat ze aaneensluitend van februari tot en met oktober over een voldoende groot voedselaanbod beschikken. De periode waarin er – voor bijen bruikbare – bloeiende bloemen aanwezig zijn, wordt de bloeiboog genoemd. Deze werkt het beste als er een paar weken overlap is van het einde van de bloei van de ene soort naar de start van de bloei van de andere soort. Mocht door weersomstandigheden de bloeiperiode van een soort net een beetje vroeger of later starten, dan valt er geen gat in de bloeiboog. Zo voorkom je dat wilde bijen heel ver moeten vliegen om toch
aan voedsel te komen, of dat ze verhuizen naar een betere habitat of zelfs helemaal verdwijnen (migratie of uitsterven). Bovendien vliegen niet alle soorten bestuivers op het zelfde moment in het jaar.

Download hier de IVN bloesemboog

Inheemse haagsoorten

In, op en onder een inheemse heg kunnen wel honderden soorten wilde dieren leven. Inheems betekent dat de planten hier van nature voorkomen en dus een sterke relatie hebben met de dieren die hier leven. Ze kunnen niet zonder elkaar. Bladverliezend; meidoorn, sleedoorn, hagedoorn, wegedoorn, Gelderse roos, egelantier, veldesdoorn, gele kornoelje, wilde appel, wilde pruim, wilde kers, aalbes, wilg, haagbeuk, lijsterbes, inheemse vlier, hazelaar, mispel, wilde roos, wilde liguster. Groenblijvend; de gewone hulst (Ilex aquifolium), de gewone taxus (Taxus baccata) Of je nu kiest voor een strakke haag of een gemengde losse heg het is een aanwinst voor je tuin.

Plant een inheemse struik of boom

Bomen zuiveren de lucht, dragen bij aan biodiversiteit, zien er mooi uit, helpen mee bij het bestrijden van hittestress en zijn nuttig voor het beperken van de effecten van klimaatverandering en zijn beter bestand tegen ons klimaat. De inheemse zomereik heeft bijvoorbeeld een nauwe relatie met wel 400 dier -en plantensoorten zoals schimmels, paddenstoelen, wieren, mossen, korstmossen, insecten, vogels en vleermuizen. En op de Amerikaanse eik zijn dit slechts 13 soorten. Ook als je weinig ruimte hebt, kun je met bomen en struiken een aantrekkelijke, gevarieerde tuin aanleggen. Plant bijvoorbeeld sporkehout (vuilboom), wilde appel, hazelaar, boswilg, veldesdoorn of gele kornoelje. Deze soorten verdragen snoei goed.

Inheemse klimmers

Vergroot het groene oppervlak in je tuin met klimplanten. Zo benut je de verticale ruimte in je tuin. Laat ze groeien tegen een schutting, gevel of pergola. Kies voor inheemse soorten, zoals klimop (Hedera helix), wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum), bosrank (Clematis Vitalba) of hop (Humulus lupulus).

Huisjes voor dieren

Door materialen opnieuw te gebruiken bespaar je geld, kun je je creatief uitleven en tegelijkertijd kleine dieren en insecten blij maken. Geef oude of beschadigde materialen of gebruiksvoorwerpen een tweede leven. Maak van je oude terrastegels een stapelmuurtje, van oude of overgebleven stenen, dakpannen, bamboestokken en snoeiafval een insectenhotel. Gebruik de scherven van een kapotte terracottapot onderin bloempotten en bakken voor een betere drainage. Of graaf hem half in de grond, voor je het weet kruipt er een kikker of egel in.

Insectenhotel, verzamel in het najaar de benodigde materialen en bouw in de winter het hotel. Eind februari gaan wilde bijen op een zonnige dag al opzoek naar nestelplekjes, dus dan moet het er liefst al staan/hangen. Plaats je hotel op het zuiden, want insecten houden van warmte. Zorg voor een dichte achterkant en een afdakje voor de regen.

Goed te weten: slechts 10% van de wilde bijen nestelt in een insectenhotel. De rest nestelt in de grond, dus tussen tegelvoegen of warme, droge zuidhellingen van dijken of in een hoopje kaal zand dat zonnig ligt.

Bodembedekkers

Voordelen van bodembedekkers:
• Onderdrukken onkruid
• Voorkomen dat grond wegspoelt of waait
• Voorkomen uitdroging van de bodem
• Bodembedekkers voegen textuur, kleur en vorm toe aan je tuin
• Werkt tegen kattenpoep
• Onderhoudsvriendelijk 

Maai mei niet

Maai Mei Niet wil saaie grasmatten omtoveren tot bijenoases vol bloemen. Ook jouw gazon kan meedoen, want wist je dat er meer planten in je gazon zitten dan gras alleen? Die komen tot bloei zodra je een (gedeelte van) je gazon in bloei laat komen. Daar profiteren bijen en vlinders van. Dus doe mee, laat je grasmaaier staan en creëer een gedekte tafel voor deze vrolijke zoemers!